Dit zijn de spelregels voor het schoolkorfbaltoernooi.
4Korfbal (1 vak)
De wedstrijden worden steeds met vier kinderen per team gespeeld, twee meisjes en twee jongens.
Wisselen
Wisselen is onbeperkt toegestaan, maar er moet gedurende de gehele wedstrijd altijd minimaal 1 meisje in het veld staan.
Je mag niet lopen met de bal
Wanneer je de bal krijgt terwijl je loopt, moet je zo snel mogelijk stoppen en de bal overgooien naar een ander OF zelf schieten. Dribbelen mag ook niet.
Gooien
Een slingerworp is NIET toegestaan.
Altijd scoren
Je mag ALTIJD schieten. Het is nooit “verdedigd”.
Overspelen
Na een schot op de korf dient er verplicht minimaal 1x overgespeeld te worden (dit voorkomt herhaald schieten van het langere kind en bevordert het samen spelen).
Verhinderen
Jongens en meisjes mogen elkaar verhinderen om te scoren.
Binnen 10 seconden overgooien
Jongens en meisjes mogen elkaar hinderen bij het gooien.
Korfbal is geen voetbal
Je mag niet voetballen. De tegenpartij krijgt dan de bal.
Korfbal is geen rugby
Vasthouden, duwen en tegenhouden is niet toegestaan bij korfbal.
Kom niet aan de paal
De paal en de korf mag je niet aanraken of bewegen met je handen of lichaam.
Vuisten gebruik je bij boksen
Wanneer je je vuisten gebruikt om de bal weg te stompen, krijgt je tegenstander de bal.
Bal over de lijn is uit
Als de bal over de lijn is gegaan, krijgt de andere partij de bal.
Tot slot
De scheidsrechter heeft altijd gelijk!